Molens op Wemeldinge

Molens in Wemeldinge

Wemeldinge telt twee molens, de 'Aeolus' en 'de Hoop', beide stellingmolens. Molen 'de Hoop' is de oudste. Deze werd in 1866 door Johannes van Belois gekocht van J.J. Janse de Schipper. Op de foto staat de 'Aeolus' op de voorgrond. Deze molen werd in 1868/1869 gebouwd en verving een in 1866 afgebrande molen die ter hoogte van Wemeldingse-Zandweg 21 heeft gestaan. Volgens de overlevering heeft de molenaar van de afgebrande molen de 'Aeolus' laten bouwen in de onmiddelijke omgeving van 'de Hoop' als een soort revanche. De 'Aeolus' werd groter, ruimer en hoger dan 'de Hoop' omdat die van zijn vroegere knecht Johannes van Belois was. Rond 1888 kraaide voor de 'Aeolus' ook de rode haan, maar na de brand werd ze hersteld. In 1976 werd de molen geheel gerestaureerd. Ook molen 'de Hoop' is niet zolang geleden opgeknapt. De afgebeelde foto is van circa 1960.


Zolang er graan verbouwd is, zijn er ook molens geweest om meel te malen. De molens waren zeer primitief. Toen iemand op het idee kwam om molenstenen te laten draaien door middel van een vernuftige machine, die wij windmolens noemen, was dat een geweldige vooruitgang. In Wemeldinge was er al een molen in 1482. Willem Claeys, zoon van de molenaar, had vredebreuk gepleegd en werd beboet (1482 - 2 augustus). In een oorkonde over de verkoop van tienden in Wemeldinge, opgemaakt voor 1550 ten behoeve van Cornelis Boom, ambachtsheer van Wemeldinge, worden genoemd: "dye thyenden van de Oosthouck, beginnende langs den weghe loopende achter Cornelis Cornsz. Jansz. na doestmuele". Als er een Oostmolen was, mogen we dan ook een Westmolen veronderstellen. In de kerke-rekening van 1596 is Jan Huisz. pachter van een stuk land bij de Catsmeule, groot 200 roeden, verder nog 200 roeden er vlak naast en allebei gelegen in de hoek daar de kerke in staat in het Lampeland. Dit Lampeland ligt in get zuiden van "de houck daer de kercke in staat". Jarenlang worden deze percelen, met dezelfde aanduiding verpacht. In 1648 is Chritiaan Foortsen nod pachter in die hoek "bij de mole".

Maar in de rekening van 1653 wordt de molen niet meer genoemd en zijn de twee keer 200 roeden samengevoegd tot 400 roeden en als één stuk verpacht. De molen kan in dezen tijd verdwenen zijn. De Catsmolen zal genoemd zijn naar de heren Van Cats, die in een groot gedeelte van de parochie Wemeldinge heerlijke rechten uitoefenden. Eén van die rechten was het windrecht: men was verplicht om zijn koren uitsluitend op deze molen te laten malen.

Jonkheer Jan Pieters van Cats ondertekende omstreeks 1600 met de mede-ambachtsheren David Jansz. Schoudee en Geert Adriaansz. Rijn de kerke-rekening van Wemeldinge. Enige namen van molenaars zijn ook bekend. In de rekening van 1617 lezen we, dat Hendrik Jansen, molenaar, ten openbaeren uytroepe heeft gehuert, de ondervruchten van het kerckhoff present de kerckmeesters, tot Caterijne 1618 (=25 november). Het doopboek vermeldt, dat op 12 februari 1634 werd gedoopt Cornelis, zoon van Pauwels, de molenaar, peter was de molenaar van Capelle, meter Francijne Clais Weyns. Deze Pauwels Pierssen paste noiet zo goed op. In de kerkeraadsnotulen staat dat hem 'ongerechtheid' wernd nagegeven, hij moest zich onthouden van het Heilig Avondmaal (23-03-1649). Een ouderling zou hem aanspreken, maar in het 'omgaan' was hij niet thuis, 'sijnde op de meulen te Jierseke'.

Op de kerkeraadsvergaderingvan 7 oktober 1650 werd besloten om Ysack van Exem en zijn vrouw aan te spreken 'over eenighe leveringe van nagels ende slijpen van ijsers voor de molen op de dach des Heeren ende haar die saecke te geven op haar gemoet alsoo sij seyden dat de molenaar haer hadde wijs gemaeckt dat het nootsaeckelick was. Ysack van Exem, was 24 mei 1649 nog wel tot ouderling gekozen!

Aan de Catsmeule herinnert u nog de naam Meulweegje, nu Moolweg, het loopt van de Wemeldingse Zandweg naar Maalkoote. De aanduiding van een perceel in de kerkhoek als 'bij de oude meule' komt in de koopakte van een eeuw later voor. Krijn van Krabbendijke, molenaar kwam naar hier met attestatie van 1 april 1696. Deze Krijn Willemse was getrouwd met Maatje Cornelisz. Rijn. Uit dit huwelijk werden 11 kinderen geboren. Deze molenaar bracht het tot schout, hij tekende alle stukken met een fraaie handtekening: C. Crabbendijke. Hij is in de kerk van Wemeldinge begraven op 6 mei 1730. Op de Hattinge-kaart (1753) is een molen afgebeeld aan het uiterste zuid-westen van de Dorpstraat en de Wemeldingse Zandweg. Cornelis Boutens, gehuwd met Pieternella van de Vrede was molenaar op deze molen. Volgens de ledenlijst (van de kerk) van 1765 woonden zij in de Dorpstraat, daar vlakbij, Pranke van Belois, geboren in Middelburg, kwam met zijn vrouw Jannetje Potappel, met attestatie van Ellewoutsdijk naar Wemeldinge op 18 april 1793. Hij wordt in die lijst molenaar genoemd.

De ambachtsvrouwe Maria Coomans was in 1791 overleden. Haar opvolgster was jonkvrouwe Pieternella Adriana van der Poel. Zij gaf op 25 maart 1793 de 'molen van de Ambachtsheerlijkheid' uit in erfpacht aan 'den Eersamen Pranke van Belois voor 304 pond vlaams en 20 pond vlaams 's jaars boven 20 schellingen 'lantsoenpenningen' (een soort omzetbelasting). De ambachtsvrouw heeft het recht om de molen te visiteren en zij zal dit zeker één keer per jaar doen. De molenaar zal de ingezetene van de Heerlijkheid behoorlijk bedienen gelijk het een goed en bekwaam molenaar betaamt. Bij bewezen en gegronde klachten zal de molenaar telkens verbeuren een pond vlaams. Voor het molenaarshuis dat nu behoort aan den Groten Armen, zal hij de huur betalen van 8 pond vlaams. Het molenaarshuis was in 1821 no. 115, nu Dorpstraat 3, de molen had toen no. 118. Hij zou op een terpje hebben gestaan. Er was daar ook een vate. Dit klopt, in de kerke-rekeningen komen posten voor over het delven van de vate tegen de molen.

Johannes Allaart, die met attestatie van 30 april 1866 naar Wemeldinge kwam, is op deze molen niet lang molenaar geweest. Op een julimorgen in 1868 is de molen afgebrand. In de notulen van de kerkvoogdij staat aangetekend, dat er een machtiging binnengekomen is voor de 'Afkoop van Erfpacht' drukkende op de afgebrande molen van Johannes Allaart te Wemeldinge, die aangevraagd was 23 oktober 1868. Dit is het definitieve einde van de Zeeuwse achterkant in het westen van de Dorpstraat. Het molenaarshuis (no. 3) staat er nog steeds. Het is in een zeer desolate toestand.

Nadat de molen van Johannes Allaart was afgebrand, kocht deze een stuk land aan de Bonzijweg van J.J. de Schipper en liet daarop een nieuwe molen bouwen. Er wordt verteld dat Allaart deze molen groter en mooier heeft laten bouwen dan die van Johannes van Belois aan de kanaaldijk, omdat hij zijn vroegere knecht wilde overtroeven. Deze molen die de mooie naam Aeolus kreeg is in 1888 uitgebrand en ook weer herbouwd. De molen 'De Hoop'is gesticht door Johannes van Belois in 1866.

De beide molens zijn bewoond geweest, de Aeolus tot 1892 en De Hoop tot 1900. Ze zijn nu eigendom van de gemeente Kapelle en fraai gerestaureerd.


De Bonzijweg circa 1950 met mole 'Aeolus' op de achtergrond. De naam Bonzijweg is afgeleid van de persoonsnaam Bonifacius. In 1550 is sprake van 'Boensz. weghe' wat vertaald kan worden met 'de weg van Boene.' In Wemeldinge spreekt men nu nog van 'Boenzeweg' . Het aan deze weg gelegen sportvelden-complex draagt de naam 'Boenze boogerd'.