Jacoba e.v. Petrus van Hese, Antz. smokkelt brood (1851)

Huisvrouw van Petrus van Hese, Jacoba Johanna van Gineken betrapt op het binnensmokkelen van broden via de Ganzepoort.

 

Op 1 november 1851, ‘s middags omstreeks 3 uur zagen Hubertus LeClecq en Gerard Bosman, beiden commies bij de administratie der stedelijke belastingen te Goes, gepost aan de Oostpoort, dat Jacoba Johanna van Ginneken, huisvrouw van Petrus van Hese, van de broodverkoping bij den berg onder Cloetinge gekomen was en dat deze daar brood heeft gehaald en het door de bovenvermelde poort van de stad was binnengekomen en daar door deze twee heren was aangehouden.

Haar, Jacoba Johanna van Ginneken, werd gevraagd wat zijn bij zich had en zij erkende dadelijk dat het een broodje was. Zij werd door de heren uitgenodigd in het kantoor te komen, waar zij aan voldeed en gevraagd het brood te tonen, waarop zij uit haar zak een brood te voorschijn bracht. Toen echter ambtenaar Bosman de opmerking maakte dat zij ook in haar andere zak een brood had, haalde zij ook uit haar andere zak een brood, zeggende dat zij deze gekocht had bij Jacobus Snoep, broodverkoper aan den berg onder Cloetinge en verzocht de ambtenaren deze broden toch te mogen behouden, tegen betaling van de import. Hieruit liet zij blijken dat zij deze broden had ingevoerd zonder de stedelijke import te hebben betaald.

De heren ambtenaren hebben de gemelde broden, zijnde twee grof tarwebroden, ieder van een pond zwaar, gemerkt en in beslag genomen. Haar werd gezegd dat er een procesverbaal zou worden opgemaakt, waarop zij zich heeft verwijderd uit het kantoor en keerde huiswaarts.

Deze ambtenaren hanteerden het artikel van het reglement op de invordering der stedelike belastingen te Goes van december 1823, welke was goedgekeurd bij Koninklijk Besluit van 12 januari 1824, en artikel 33 van het reglement voor de betaling op het gemaal ten behoeve stad en gemeente Goes.

De hoofdcommies bij de stedelijke belastingen C.V. Laurur, verklaarde dat tegen de huisvrouw van Pieter van Hese wegens frauduleuze invoer van twee tarwebroden een procesverbaal was opgemaakt met een copie in nota van de kosten.

“Ofschoon de bekeurder voor zover wij weten niet armlastig is, is het evenwel alom bekent dat hij niet dan hoogstwaarschijnlijk in staat zal zijn de kosten van proces verbaal te betalen waarvan met opverleg van den Heer Ontvanger, vermeent te mogen voordragen in geval van overeenkomst, eene boete van niet meer dan 30 cent toe te passen.

De aangehaalde brooden niet nader gereclmeerd geworden zijnde, zijn naar het weerhuis gehaald”.

 

 

Bron: 1839 Gemeentearchief Goes