Cornelis van Hese, Antz. verstoort de openbare orde (1901)

Het verstoren van de openbare orde en wederspannigheid

 

Daarna is het even stil, want we vinden pas weer iets in 1901, om precies te zijn op 17 december, ‘s avonds om half acht.. Een paar kinderen kwamen op het politiebureau met de mededeling dat in zijn woning aan de Oude Vismarkt Cornelis zijn huisraad aan het stuk slaan was. Ook hadden zij gezien dat er bloed in de gang lag.De twee geïnformeerde politieagenten begaven zich naar de plaats des onheil. Toen ze daar aankwamen had zich er reeds een grote volksmenigte verzameld. Ook hoorden zij in de gang van de woning hevig vloeken, tieren en slaan. Een buurvrouw verzocht de agenten eens op haar achtererf te komen, daar Cornelis bezig was de ruiten van zijn raam, dat uitzicht geeft op dat erf, stuk te slaan. Daar aangekomen zagen ze dat het niet bij die ene ruit bleef, want alle ruiten aan de achterkant van de woning waren aan diggelen geslagen.. Agent Dootjes verzocht Cornelis deze handelingen te staken, daar dit ook voor de mede bewoners gevaar opleverden. Hert huis was n.l. onderverdeeld verschillende woongelegenheden met een gezamenlijke gang en voordeur. Het werd bewoond door drie families, n.l.de families van Hese, Ventevogel en de Pan. Aan het verzoek van Dootjes werd geen gehoor gegeven, dus begaven de agenten Dootjes en Zandee zich naar de voordeur. Deze was echter niet open te krijgen omdat Cornelis, die wel heel sterk moet zijn geweest, aan de binnenzijde met alle kracht tegen die deur stond te duwen. Met behulp van een medebewoner genaamd Ventevogel, gelukte het eindelijk de deur te openen. Cornelis nog steeds buiten zinnen, schopte Cornelis wat maar voor zijn voeten kwam. De agenten concludeerden (zo staat het in het P.V.) dat Cornelis zich in “kennelijke staat van dronkenschap” bevond. Zij kwamen tot deze conclusie omdat Cornelis “een waggelde gang had en doordat zijn adem naar den sterke drank rook”. Hij werd gearresteerd in de gemeenschappelijk gang, waar tegen hij zich hevig verzette, door te trappen, schoppen en bijten, waar hij de agenten maar raken kon. Dootjes kreeg twee trappen tegen de borst en Zandee kreeg een trap tegen zijn aangezicht en tegen zijn rug. “In een woord, hij stelde zich aan als een wild dier”. beschreven de agenten hem.

Cornelis was echt door het dolle heen.

Hij werd, geholpen door verschillende burgers, naar het politiebureau afgevoerd, waarna hij de andere dag na ontnuchtering werd ontslagen. Cornelis werd verhoord en verklaarde: ” Ik had in die middag eenige moeite met mijne vrouw gehad, hetgeen aangekomen was over een van mijner kinderen, dat ik wilde bestraffen, door dat kind een paar klappen te geven, mijne vrouw wilde dat verhinderen. Zij nam een stoel en sloeg daar mede op mijn hoofd, waarop ik mijne woning heb verlaten en ben daarop een borrel gaan drinken. Toe ik daarop na eenigen tijd weer in mijn woning terug kwam, was mijn vrouw niet meer daar aanwezig. Wat er toen verder met mij voorgevallen is kan ik mij niet meer herinneren.

Ook werd Maria Anna Berks, de vrouw van Cornelis verhoord en gevraagd of de verklaring van haar man juist was, waarop zij antwoordde: “ Ja, ik heb de woning verlaten omdat ik begreep dat hij sterke drank zou gaan drinken en als hij terug zou komen, meer zou gebeuren.