Cornelis van Hese, Antz. opgepakt voor bedreiging (1903)

 

 

Dronkenschap, bedreiging en wederspannigheid

 

In 1903 is het nog twee raak met Cornelis. De eerste keer al reeds op de eerste dag van het jaar.

Om kwart voor vijf kwam Catharina Cornelia de Fouw, een 17 jarige dienstbode op het politie bureau met het verzoek aan de agenten Den Hollander en Van den Broek te willen meekomen naar de woning van Cornelis van Hese aan de Oude Vismarkt, omdat er vreselijk kabaal in huis gemaakt werd en daar komende zagen zij op de openbare straat voor die woning een massa mensen verzameld, als gevolg van het in die woning plaats hebbend kabaal. De agenten hoorden weer een gevloek en getier en tikten vervolgens op de deur waarop Cornelis: “Binnen” riep. Binnengekomen zagen zij Cornelis met een ontblote borst, die met bloed was bevlekt, in zeer opgewonden toestand en verregaande staat van dronkenschap. Ook zagen zij broeder Marinus Pieter van Hese.

Agent Den Hollander heeft Cornelis verzocht zich wat kalmer te gedragen, want dat door zijn handelingen een volks verzameling op straat plaats vond. Cornelis antwoordde toen: “Dan zal ik eens met een scheermes naar buiten gaan”. Hierna werd hij weer tot kalmte gemaand, waarop hij tot antwoord gaf: “Dan zal ik de boel eens stuk gooien”, intussen zich begevende naar een aangrenzend kamertje met het doel om een of ander voorwerp te halen. Volgens Den Hollander: “Wij beambten hebben hem belet naar dat kamertje te gaan op grond dat hij daar een slechte bedoeling mede had, daarin geholpen door zijn broeder voornoemd, omdat deze ook begreep dat het beter was om ergere dingen te voorkomen. Daarop greep Cornelis van Hese, zijn broeder beet met gevolg dat beiden in de kamer op den vloer vielen en elkander enkele klappen met de vuist toe brachten. Daarop hebben wij de vechtenden gescheiden waarop Cornelis van Hese, mij Den Hollander, met geweld bij de borst greep met gevolg dat wij beiden op de vloer vielen. Cornelis van Hese greep terwijl hij met mij op de vloer lag, de tafel, waarboven een brandende petroleum lamp hing, waardoor gevaar ontstond dat door kanteling der tafel de lamp zou stuk gaan en daardoor brand zou kunnen ontstaan, hebben wij beambten hem beetgepakt met het doel hem te geleiden voor den Heer Commissaris van Politie alhier, op grond dat hij de veiligheid der mede bewoners van het door verschillende gezinnen bewoond huis in gevaar bracht. of kon brengen, waar tegen hij zich met geweld heeft verzet, door rukken en te trekken om zich uit onze handen te bevrijden. Wij begrepen dat Cornelis van Hese niet dan met grote moeite naar buiten gebracht zou kunnen worden. Wij hebben toen zijn broeder Marinus Pieter uitdrukkelijk verzocht en wel bij herhaling ons daarbij behulpzaam te zijn , die ons wel niet woordelijk weigerde hulp te verlenen, doch ons niet hielp, maar tegenwerkte door aan deze te trekken en trachtte zijn broeder uit onze handen te rukken en ons hinderde den aangehoudene buiten de woning te brengen.”.

Tijdens deze handelingen greep Cornelis naar een waterketel die op de kachel stond, maar dat werd door de dienders verhinderd. Toch wist hij nog een ijzeren roede te grijpen, waarmee hij al heen en weer worstelend dreigde te slaan. Agent Den Hollander vervolgt in zijn procesverbaal: “ Al worstelend kwamen we bij een wieg terecht, waarin wij dachten dat daar een kind lag, toen hij met de benen onder de wieg was geraakt, liet Van den Broek hem los ten einde de wieg voor omvallen te behoeden van welke gelegenheid Cornelis van Hese gebruik maakte mij opzettelijk met volle hand in het aangezicht te grijpen en zoodanig door krabben te verwonden dat ik verschillende verwondingen in het aangezicht bekwam, zoodanig dat het bloed mij langs het gelaat liep en die handeling mij veel pijn deed.

Dat wij vervolgens al worstelend in de gang zijn gekomen en daarin steeds werden belet of belemmerd door genoemde Marinus Pieter van Hese, die hem bleef vasthouden en zooveel mogelijk trok om hem uit onze handen te bevrijden, dat wij de hulp van de aldaar verzamelde menschen inriepen. Klaas Pik en Jacobus Adsrianus Luijks kwamen ons ter hulp en Luijks pakte hem zo krachtig beet, waardoor het ons gelukte met hem tot buiten de woning te komen, terwijl Marinus Pieter van Hese hem toen had losgelaten”.

Vervolgens hebben ze de weg vervolgt naar het politiebureau, maar dat ging niet vanzelf, want Cornelis verzette zich hevig en op de Grote Markt, vlakbij het politiebureau ontmoeten ze ook nog Pieter van Hese met zijn vrouw Maria Theresia Brouwer, welke Cornelis vastpakte om hem zo met vereende krachten, door te rukken en trekken uit handen van de politie te bevrijden, waarna de agenten de gummiknuppel handteerde wat tot resultaat had dat ze Cornelis loslieten en konden de agenten hem naar het bureau transporteren om hem daar te ontnuchteren.

Hulpagent Van den Broek verklaarde later aan Den Hollander dat hij door Cornelis tijdens de worsteling in zijn recherhand was gebeten, zoodanig dat daardoor een bloedende wond was ontstaan.

In de cel schreeuwde Cornelis tegen de agenten: “ Ik ga weer naar den Officier”, maar daar kwam hij inderdaad vanzelf terecht.