Cornelis van Hese, Antz. verbaliseerd voor belediging (1903)

Verbaliseert voor belediging

 

Op de avond van de 21ste maart 1903 verscheen Theodora de Leeuw 34 jaar, huisvrouw van Adriaan Plompe op het politiebureau met de volgend klacht waarvan zij vervolging verlangde.

“In den avond van den achttiende maart j.l kwam ik door de Sint Jacobsstraat geloopen ter hoogte van Slagerij Schneider en passeerde Cornelis van Hese die daar juist stond en die het over mij had. Ik zei tegen hem dat hij zijn praatjes maar voor hem moest houden.

Hij zei toen tot mij: “Stikt”, waarop ik antwoordde, dat hij zulks ook kan doen. Hij schold mij als toen uit voor “hoer” en “ik heb je gebruikt bij Labuijere in den kelder en enige nachten bij te hebben geslapen”.

Als getuigen geef ik op Weststrate, Johan Schneider en Johannes van der Weele, een zoon van Jacob van der Weele”.

Marcus Slimmens, hoofdagent van politie heeft deze getuige verhoort. Weststrate verklaarde dat hij op die bewuste avond gezien en gehoord had dat Cornelis van Hese en Theodora de Leeuw woordentwist hadden.

Theodora de Leeuw zeide tegen Van Hese: “wat weet je van mij te zeggen”, waarop Van Hese antwoordde:”Stikt”. Zij antwoordde terug:”dat kun jij ook doen”, waarop Van Hese toen de volgende woorden tegen haar zei:”hoer, ik heb je gebruikt bij Labuijere in den kelder en ik heb ook enige nachten bij je geslapen”.

Slager Schneider verklaarde dat hij gezien en gehoord had dat Van Hese en Theodora de Leeuw ruzie hadden en dat Theodora de Leeuw tegen Cornelis zeide: ”Je zit met platluizen”, dat Van Hese daarop antwoordde: “ Die heb ik bij jou opgedaan toe je diende bij Labuijere, waarop ik destijds bediende was”.

Schneider zei vervolgens dat hij verder niets heeft gehoord.

Ook de derde getuige, de 22 jarige Johannes van der Weele verklaarde niets van dit alles te hebben gehoord.

De verdachte zelf verklaarde alsvolgt: “Den achttienden Maart 1900 en drie, des avonds omstreeks 9 ½ uur, had ik in de gemeenschappelijke gang van mijn woning, met mijn buurman woordentwist over diens vrouw. Ik was zeer opgewonden en toen ik zag dat er een menigte menschen op straat voor mijn woning stonden te luisteren, ging ik naar buiten op straat om de daar staande menschen bekend te maken waarover ik in mijn gang met mijn buurman twist had gehad. Toen kwam Plompe diens vrouw, Theodora de Leeuw, ook op straat en zeide tegen mij: “Poets je platluizen”. Ik antwoordde daarop: “ die heb ik bij jou opgeloopen, want ik heb meenigen nacht bij je geslapen toe je bij Labruijere diende”. Ik heb haar niet uitgescholden voor hoer en ook niet dat ik ze in de kelder had gebruikt”.

Voor deze belediging werd hij op 6 juni 1903 veroordeld tot 3 gulden boete of 3 dagen hechtenis.