Cornelis van Hese, Antz. verdacht van verduistering (1904)

Cornelis verdacht van verduistering

 

In 1904 heeft Cornelis zich nog schuldig gemaakt aan verduistering, tenminste dat zegt het proces-verbaal wat is opgemaakt door de hoofdagent van politie toentertijd Marcus Slimmens.

Hij schrijft:” Heden den zes en twintigsten November, 1900 en vier, des voormiddags om 9 ½ uur, verscheen voor mij de persoon Johannes Blok, oud 25 jaar, landbouwer te Kruiningen, die van het volgende aangifte deed”.

Dinsdag den 22e November j.l had ik mijn rijwiel in bewaring gegeven bij den herbergier Jan Huige te Goes. Na dien tijd heb ik in gezelschap van Cornelis van Hese verschillende tapperijen in Goes bezocht, zodat wij om 12 uur in dien nacht zeer onder den invloed van sterke drank waren”.

Johannes Blok vervolgt zijn relaas met:”Om 12 uur, toen de tapperijen gesloten waren, ben ik met van Hese naar den herberg van Huige gegaan om mijn rijwiel in ontvangst te nemen. Daar gekomen was de herberg gesloten en op mijn geklop opende Huige den voordeur waarop ik naar binnen ging en van Hese in het portaal bleef staan en niet binnen kwam.

Huige gaf mij mijn rijwiel in handen waarop Van Hese het van mij overnam met de woorden:” ik zal het voor je buiten zetten”.

“Toen ik buiten uit den herberg kwam was Van Hese met mijn rijwiel verdwenen. Daarop heb ik mij naar zijn woning begeven, doch kreeg op mijn kloppen geen antwoord.

Donderdag 24 dezer heb ik den vrachtrijder J. de Jonge van Kruiningen naar van Hese gezonden om mijn rijwiel op te halen, maar in plaats van mijn rijwiel aan dien persoon af te geven, gaf Van Hese hem een brief voor mij mede, waarin stond, datik mijn rijwiel kon krijgen, als ik eerst zes gulden aan hem betaalde, dien ik dien dag (22e dezer) van hem geleend had.

Ik verklaar dat ik van Van Hese geen geld heb geleen. Ik had genoeg geld in mijn bezit. Zelfs heeft van Hese dien avond een bankbiljet van 25 gulden voor mij gewisseld”.

Agent Slimmens schrijft verder: “Vervolgens heeft Blok mij verklaard als van Hese hem het rijwiel terug gaf, hij geen vervolging van deze zaak verlangde”.

“Gehoord: Jan Huige, oud 48 jaar, herbergier te Goes, die mij verklaarde dat in den avond van den 22e November j.l. omstreeks 11 ½ uur Johannes Blok uit Kruiningen, voor wien hij een rijwiel in bewaring had, bij hem aanmelde om dit in ontvangst te nemen. Toen hij de deur, die reeds gesloten was opende, kwam Blok binnen in den herberg, nam dit rijwiel van hem aan, gaf dit over aan een ander persoon, die hij niet heeft gezien, zodat hij niet kon zeggen hoe deze genaamd is. Nadat Blok nog iets in den herberg gebruikt had, ging deze naar buiten en hoorde dat Blok toen riep: “van Hese, wacht maar even”, waarop hij naar binnen is gegaan”.

“Gehoord, den verdachte, genaamd Cornelis van Hese, geboren en wonende te Goes, den 18 December 1871, van beroep werkman, die mij verklaart als volgt:

“ Den 22e November j.l. heb ik in gezelschap van Johannes Blok, die te Kruiningen woont, verschillende herbergen bezocht. In dien avond vroeg hij mij zes gulden te leen, die ik hem gaf, maar later heeft hij mij een bankbiljet van 25 gulden doen wisselen, waarop ik hem deed opmerken, dat hij geen geld van mij had behoeven te lenen, maar hij gaf mij het geleende geld niet terug.

Tegen 12 uur dien avond gingen wij, erg onder den invloed van sterken drank naar den herberg van J. Huige, om het rijwiel op te halen, dat Blok daar in bewaring had gegeven.

Op ons verzoek deed Huige de deur der herberg, die reeds gesloten was, open. Blok ging naar binnen en ik bleef in het portaal staan. Toen Huige het rijwiel aan Blok gaf zei ik:

Geef maar hier, ik zal er wel voor zorgen”, en begaf mij onmiddellijk naar mijne woning, om dit hem niet terug te geven, voor ik die zes gulden, die ik hem geleend had, had ontvangen.

Ik heb Blok niet meer gezien en toen de vrachtrijder de Jonge, den 24e dezer om het rijwiel kwam, heb ik dezen een brief voor Blok mede gegeven, als hij mij de zes gulden betaald die ik hem geleend had, ik het rijwiel zou afgeven”.

Slimmens: “Op mijne gedane vragen, verklaarde hij het rijwiel aan Blok te zullen opzenden en is bij onderzoek gebleken dat hij den 22e dezer het rijwiel per spoor aan genoemde Blok had opgezonden.

Ik heb hiervan ambsteedig dit proces-verbaal opgemaakt en geteekend op den 26e November 1900 en vier.

Was geteekend, M. Slimmens

 

Heden 30e November 1900 en vier is mij Marcus Slimmens, hoofdagent van politie en onbezoldigd rijksveldwachter te Goes, door den Heer Burgemeester van Kruiningen mondeling medegedeeld, dat Maandag 27e dezer, Johannes Blok zijn rijwiel van Cornelis van Hese heeft terug ontvangen.

Deze verklaring door mij ambsteedig opgemaakt en geteekend op 30 November 1900 en vier.

Get. M. Slimmens