Cornelis van Hese, Antz. beledigd het gezag (1905)

Cornelis van Hese, Antz. verdachte van belediging van een beambte

 

Het is inmiddels het jaar 1905 en ook in dit jaar laat Cornelis al vroeg van zich spreken.

Het is 2 januarie ’s avonds omstreeks kwart voor tien uur, als Gerrit van den Driest, rijksveldwachter, in de voor het publiek toegankelijke lokaliteit, de wachtkamer derde klas van het “station der maatschappij tot exploitatie van staatsspoorwegen”, te Goes wordt verzocht om Cornelis van Hese uit het genoemde lokaal te verwijderen.

De bediende Cornelis Kramer, oud 20 jaar, wonende te Goes, had hem al verschillende malen namens de kastelein verzocht zich uit het lokaal te verwijderen, daar deze Cornelis van Hese al veel last had veroorzaakt. Waarschijnlijk had hij weer te diep in het glaasje gekeken, want als Cornelis gedronken had was hij meestal vechtlustig, zoals nu had hij de kastelein uit gedaagd tot vechten.

Agent van den Driest verzocht de bediende Cornelis Kramer, om in zijn bij zijn nogmaals te verzoeken om lokaal te verlaten. Hij deed dat en kreeg van Cornelis van Hese te horen dat hij “zulks niet deed”, waarop van den Driest, Cornelis gelastte   

de wachtkamer te verlaten, waarop hij onmiddellijk bij de deur van de wachtkamer ging staan, alwaar hij door Francios Jozeph Bluzé, geboren en wonende te Goes op 17 januari 1878 en van beroep kleermaker, welke zich ook in de wachtkamer bevond, werd toegeroepen: “Ben je bedonderd Kees, kom hier, zeg kom hier zitten”, waarop Cornelis terug kwam en werd door de agent nogmaals gelast om de wachtkamer te verlaten.

Intussen verscheen de stationchef in de wachtkamer en ook hij gelastte Cornelis om te vertrekken, waarop hij zei, dat hij dat voor de stationchef wel wil doen, maar niet voor de veldwachter. Hij verliet de wachtkamer en buiten het stationsgebouw zijnde, vlakbij een der ingangen der vestibule, zijnde aan de voorkant, waarin zich enige reizigers bevonden, begon hij naar veldwachter van den Driest te schelden terwijl hij nog hevig vloekend met de vuisten op elkaar sloeg:”Kom Godverdomme mee naar de Poel, dan zal ik je dood maken, ik ben voor jou niet bang, dan maak ik je kapot met je eigen sabel, vuilak, jou sodemieter, ik ben geen stroper, maar anders schoot ik je dood, je bent een vuilak, een vitter, ik heb ook drie gulden boete voor jou moeten betalen, maar daar zal ik je voor belonen”. Dit alles werd door Cornelis gezegd onder toeloop van een talrijk publiek en onder deze mensen waren er die zich aan deze uitdrukken ergerden en hun minacht over deze beledigingen te kennen gaven.

In het proces-verbaal vertelt agent van den Driest verder:

1e Dat genoemde Kramer aan hem heeft verklaard, dat genoemde van Hese, voor hij het lokaal verliet de orde in de wachtkamer heeft verstoord, door daarin te vloeken en met de vuist meer malen op woeste wijze op de toonbank te slaan terwijl verscheidene reizigers zich in de wachtkamer bevonden en deze lieden zich minder veilig achtten en dat hij (de getuige) zowel voor eigen veiligheid als dat voor de reizigers en het glaswerk in het buffet op de verwijdering van van Hese heeft aangedrongen.

2e Dat Jacob Flipse, 24 jaar, bediende, wonende te Kloetinge hem verklaarde, dat hij Boudeling, pachter der buffetten in gemeld stationsgebouw vertegenwoordigde op dag en uur voormeld, genoemde van Hese in gemelde wachtkamer heeft gezien in een opgewonden toestand en deze hem tot vechten uitdaagde en meermalen met zijn vuist op ruwe wijze op de toonbank slog, zodat de daarop staande glaasjes omvielen, zulks terwijl verschillende reizigers in de zaak zich bevonden en er uit en in liepen en hij (de getuige) hem 4 a 5 maal heeft gelast de zaak te verlaten en dat dit alles was geschied even voor Kramer hem ter assistentie riep.

Was getekend: G.van den Driest