Cornelis van Hese, Antz. weer verdacht van verduistering (1905)

Cornelis van Hese, Antz. weer verdacht van verduistering (1905)

2 augustus 1905, Cornelis verdacht van verduistering

 

Op 5 augustus 1905 stuurde de Commissaris van politie het volgende proces-verbaal naar de Officier van Justitie te Middelburg.

“Ik heb de eer Weledelachtbare, hiernevens te doen toekomen een proces-verbaal contra

Cornelis van Hese

Naar mijn inzien verdacht van verduistering. Tevens leg ik hierbij twee briefkaarten en een brief door verdachte tot Philipse gericht waaruit naar mijn inzien genoegzaam blijkt dat het het verdachte slechts om de 17 gulden en vijftig cent te doen is geweest, het welk hem uiteindelijk gelukte, waarvan een postbewijs hiernevens gaat.

Verdachte is een zeer laag persoon en is overal toe instaat en mishandelt aanhoudend, onder vier ogen zijn vrouw, die er tussenbeiden bont en blauw, door de mishandeling er uit ziet”.

Proces-verbaal

 

“In den namiddag van den tweede Augustus om 2 ure, verscheen ter wachtkamer van Politie te Goes, Adriaan Philipse, oud 44 jaar, Commissionair en wonende te Middelburg in de Brakstraat, die mij Marcus Slimmens Hoofdagent van Politie en onbezoldigd rijksveldwachter, van het navolgende aangifte deed”.

In den namiddag van den zevende Juli j.l., kwam ik met den trein uit Middelburg om 2 ure te Goes aan met het doel om aardappelen te koopen. Ik ontmoette daar aan het station Cornelis van Hese en die ik medenam om plaatsen en personen aan te wijzen die aardappelen te verkoopen hadden en zou daar later van mij een gulden ontvangen als commissieloon. Wij gingen naar Johannes Westdorp, die woont aan de Kloetingschestraatweg onder de gemeente Goes en kocht ik van dien vijf hectoliters groote aardappelen tegen drie guldens en vijftig cent per hectoliter, indien een zekere Sinke uit Goes met wien hij, Westdorp, over die aardappelen in onderhandeling was, niet kocht, maar indien Sinke die aardapelen van hem kocht, dan zou de van genoemde Westdorp, genaand Jan Westdorp, die in de Groe onder de gemeente Kloetinge woont, Dinsdag of Woensdag daar achter volgend voor de zelfde prijs vijf hectoliter aardappelen aan genoemde Philipse leveren. Daar ik met beide Westdorpen had afgesproken ben ik weer naar Middelburg vertrokken.

In den avond van den 27e Juli j.l., ontving ik van Cornelis van Hese een briefkaart dat Sinke mij vijf hectoliter aardappelen zou sturen, maar dat hij van Hese voor de levering moest betalen en dat ik daarvoor eerst geld moest zenden.

Daarna zond ik een telegram aan van Hese dat het geld was gedeponeerd bij den Stationchef te Middelburg. Den. 28 juli ontving ik van van Hese andermaal een briefkaart, dat hij mijn telegram had ontvangen, maar dat dit niets was, want dat hij in Goes de aardappelen moest betalen.Ik zond dien datum aan van Hese per postwissel zeventien guldens en vijftig cent, denkende dat ik daarvoor vijf hectoliter groote aardappelen zou ontvangen.

In den avond van 28 Juli werd aan mij per spoor door Sinke gezonden, een en een half hectoliter kleine en een halve hectoliter groote aardappelen, die ik niet aannam omdat dit niet volgens afspraak was.

Wel had ik tegen van Hese gezegd, heeft Westdorp geen vijf hectoliter groote aardappelen, zend er dan maar een kleine bij. Daarna berichte ik van Hese dat ik aardappelen van Sinke had ontvangen, maar niet volgens onze afspraak en dat ik deze niet aanvaarde. Daarna ontving ik een brief van van Hese dat hij er niets van begreep, dat ik vier hectoliter groote aardappelen van Sinke had ontvangen en hij daarvoor aan Sinke fl.14,- had betaald en dat hij de overgebleven fl 3,50 van de fl.17,50 later met mij zou verrekenen. Verder heb ik niets meer van van Hese gehoord” en stelde hij mij relatant twee briefkaarten, een brief aan hem geschreven en een reçu als bewijs van de aan van Hese gezonden fl.17,50 ter hand.

“Gehoord Cornelis van Hese, oud 33 jaar, zonder beroep, die op mijne gedane vragen verklaart als volgt”:

Den 27e Juli j.l. ging ik met Philipse uit Middelburg naar Johannes Westdorp, die onder gemeente Goes woont, om aardappelen te koopen. Philipse kwam overeen met Westdorp de nog ten velde staande aardappelen te koopen voor fl.3,50 , de groote en fl.1,50 de kleine per hectoliter, indien Sinke, met wien hij daarover in onderhandeling was deze niet kocht. Dien zelfden avond kwam Sinke naar mij en deelde mij mede dat hij van Westdorp had gehoord, dat hij met Philipse bij dezen was geweest om aardappelen te koopen nadat hij (Sinke) die nu had gekocht van Westdorp en vroeg hij mij of ik ze niet van hem wilde koopen voor Philips, waarop ik de aardappelen van Sinke kocht die nog bij Westdorp te velde stonden en sprak met hem af dat hij des Zaterdags 28 Juli vijf hectoliters groote aardappelen aan Philipse tegen fl.3,50 per hectoliter zou zenden. Daar Sinke niet zeker was vijf hectoliter groote te kunnen zenden, zeide ik;”dan moet je er maar een hectoliter kleine bij doen. Zaterdags 28 Juli omsteeks 10 ¼ uur ontmoete ik op de Groote Kade te Goes, Sinke en diens vrouw en zeide mij vier hectoliters groote aardappelen te hebben verzonden naar Philipse te Middelburg en betaalde ik hem daarvor fl.14,-. Later ontving ik bericht van Philipse dat hij een en een halve hectoliter kleine en een halve hectoliter groote aardappelen van Sinke had ontvangen. Ik schreef hem terug dat ik er niets van begreep en dat ik aan Sinke voor 4 hectoliter aardappelen fl.14,- had betaald”.

De Twee briefkaarten en brief door Philipse aan mij gegeven aan hem ter inzage vertoond hebbende verklaart van Hese deze op 27 en 28 Juki en 1 Augustus j.l aan Philipse te hebben gezonden”.

“Gehoord, Izaak Sinke, geboren te Kloetinge op 24 januari 1865, koopman te Goes en diens huisvrouw, Katharina Minnaar, oud 38 jaar, zonder beroep. Eerstgenoemde verklaarde dat hij 27 Juli j.l. de te veld staande aardappelen bij Westdorp aan Cornelis van Hese had verkocht en “daar hij mij zeide dat Philipse te Middelburg er 5 hectoliter moest hebben en of ik de aan hem wilde verzenden voor fl.3.50 per hectoliter.

Daar ik hem te kennen gaf dat ik zooveel groote vermoedelijk dien dag niet kon uitdoen, zeide van Hese; dan lever je er maar kleine bij, je zend er maar zoveel je er hebt, want hij is er om verlegen”, waarop ik den 28e Juli aan Philipse heb verzonden een en een halve hectoliter kleine en iets meer dan een halve hectoliter groote aardappelen, omdat ik er niet meer had. Tezamen voor een bedrag van fj.4,20. Dien zelfde avond kwam ik en mijne vrouw van Hese op de Groote Kade om 10 ½ uur tegen en vroeg ik hem om mijn geld van de geleverde aardappelen en zeide hem wat ik aan Philipse had verzonden. Hij gaf mij toen drie rijksdaalders, waarop ik zeide:”Dat is te veel, ik moet maar fl4,20 hebben”. Ik gaf hem een rijksdaalder terug en mijn vrouw gaf hem een gulden en gaf Van Hese twintig cent terug. Ik heb geen fl14,- van hem ontvangen, zoals hij beweerde”.

Hij voegt er aan toe dat van Hese dien avond dien avond uitwas en nogal gedronken had. Zijn vrouw verklaarde geheel overeenkomstig als haar man, dat hare man maar fl.4,20 van van Hese had ontvangen en geen fl.14,-. Zij heeft gezien dat van Hese aan haar man gaf 3 rijksdaalders, deze hem een rijksdaalder terug gaf en zij eeen gulden aan van Hese heeft gegeven, die daarvan twintig cent terug gaf. De twee briefkaarten en brief en reçu, door mij in beslaggenomen, worden hierbij overlegd”.

“En ik heb hierbij ambtseedig dit proces-varbaal opgemaakt en geteekend op 4 Augustus 1905.

Was get. M. Slimmens