Gebroeders van Hese, Antz. vechten met elkaar (1893)

De andere broers van Cornelis, hadden ook enkele aanvaringen met het gezag.

 

De Processen-verbaal tegen de gebroeders Pieter, Judocus Pieter en Jacobus Cornelis van Hese,

zonen van Antony en Francina Kloosterman

 

1893

 

Op 30 augustus 1893 des ‘s namiddags om half drie werden Hendrik Windhorst en Marcus Slimmens, beiden agent van politie en onbezoldigd Rijksveldwachter te Goes, ter assistentie geroepen door Christina Maria van der Straate, oud 17 jaren en wonende in het guis van hare grootmoeder, de weduwe Teun aan de Vlasmarkt te Goes, die hun te kennen gaf dat de gebroeders van Hese, Jacobus Cornelis, Pieter en Judocus Pieter, met hun drieen aan het vechten waren in het bierhuis van haar grootmoeder, aldaar.

De agenten begaven zich naar aangeduide plaats en binnengekomen in het bierhuis zagen zij dat de gebroeders Jacobus Cornelis, oud 26 jaar, Pieter, oud 29 jaar en Judocus Pieter, oud   jaar, op de vloer lagen te worstelen en “ elkander over en weer stooten met den vuisten op het lichaam toebrachten en uit hun aangezichten bloedde”.

De agenten beschreven vervolgens:” Wij trachten de vechtende te scheiden, het welke ons echter niet mochten gelukken, doordat zij telkens, als wij er een vast hadden om buiten te brengen, de twee andere broeders op ons aanvielen, bij onze kleeren en lichamen vatte en bij nieuwe poging-door ons gedaan- telkens door alle drie werden bemoeilijkt om een hunner of allen uit het bierhuis te verwijderen, zodoende ook wij met alle drie worstelde en af en toe een stoot met de vuist van hun kregen.

Hoofdagent Marcus Slimmens heeft toen de hulp ingeroepen van enige burgers waaronder Petrus Fagel, 38 jaren en besteller van beroep, die onmiddellijk aan het verzoek van Slimmens gehoor gaf, maar door Pieter van Hese werd afgesnauwd met de woorden: “Wat jij de politie helpen…” en pakte hem beet en smeet hem buiten op straat. Ook Dingenis van de Vijver, notarisklerk, Antonie Harmsen, winkelier en commisionair Cornelis Blanker kwamen Slimmens te hulp. Pieter dreigde van de Vijver met een stoel te slaan, die daarop wegliep naar het politiebureau om nog meer assistentie te halen.

Terwijl Slimmens met Blanker, Judocus Pieter trachtte buiten te krijgen, sloegen Pieter en Jacobus Cornelis elkander met stoelen en vernielden zij door deze handeling in het bierhuis drie glasruiten een schilderij en het bovengedeelte van twee stoelen, welke agent Windhorst door hun woestheid niet kon beletten.

Agent Slimmens schrijft verder in het proces verbaal: “Door de inmiddels toegeschoten hulp gelukte het ons Judocus Pieter buiten op straat te brengen, om naar het politiebureau te geleiden. Toen ee andere twee broeders van Hese dit zagen schoten ze op ons toe onder het uiten van vloeken. “Je brengt hem niet in den bak”, riepen ze, waarop zij ons en den arrestant bij de kleren en lichaam grepen zodat we allen op de grond terecht kwamen.

Wij, Slimmens en Windhorst hebben toen met behulp van de inmiddels toegeschoten agent van politie Pieter den Hollander en bovengenoemde burgers, Judocus Pieter overgebracht naar de arrestantenkamer, terwijl Pieter Joose, winkelier, met behulp van Harmsen, voornoemd, Jacobus Cornelis, reeds in de cel hadden opgesloten en hebben wij daarna Pieter van Hese ook in arrest gesteld.

Dingenis van de Vijver eerder genoemd, verklaarde mij Hoofdagent , dat terwijl de gebroeders Jacobus Cornelis en Judocus Pieter naar het politiebureau werden overgebracht, hij door Pieter van Hese op straat werd achtervolgd en bij de keel werd gegrepen omdat hij de politie had geholpen. Harmsen en Joose getuigden dat.

Vervolgens is door de Hoofdagent Slimmens als getuige gehoord, Marinus Daane, slachter in het naburige dorp Kloetinge. Deze getuige verklaarde het volgende: “Ik bevond mij even voor het binnenkomen der politie in het bierhuis van de weduwe Teun, waar ook zich bevonden, de twee gebroeders van Hese, Judocus en Pieter, die beiden twist hadden. Judocus daagde zijn broeder Pieter uit om te vechten. Laatstgenoemde wilde dat niet en toen zag ik dat Judocus zijn broeder vastgreep. Jacobus Cornelis bevond zich toen niet in het bierhuis. Ik verliet onmiddellijk het bierhuis en kan daarom verder niets meer verklaren”.

 

Voor de justitie werd het volgend proces-verbaal opgemaakt door hoofdagent Marcus Slimmens:

Naar aanleiding eener klacht op den dertigsten Augustus 1893, gedaan door den Notarisklerk Dingenis van de Vijver te Goes, dat hij op dien datum bij het verleenen van hulp aan de politie, was aangevallen door Pieter van Hese, uit deze gemeente, die hem op straat achtervolgde en bij de keel greep en dit werd gezien door Joose en Harmsen, die ook hulp aan den politie verleende, is door mij Marcus Slimmens, Hoofdagent van politie tevens Onbezoldigd Rijksveldwachter te Goes, op last van den Heer Commisaris van Politie, aldaar, op den eertsen September 1800 drie en negentig omstreeks twaalf uren op den middag gehoord, Pieter Joose oud 33 jaren, winkelier aan de St. Adriaanstraat te Goes, die verklaart als volgt:

“Ik heb op 30 Augustus dit jaar gezien dat van de Vijver op straat lag en van Hese, die ik met name niet ken, maar wel weet dat het de kleiste van de drie was van de gebroeders van Hese, dwars over hem heen, maar niet gezien dat die van Hese, van de Vijver bij de keel greep omdat ik er te laat bijkwam”.

Antonie Frederik Lambertus Harmsen, oud 40 jaren, winkelier aan de Korte Kerkstraat te Goes, verklaart op 30 Augustus dit jaar, het volgende te hebben gezien, “dat Jacobus Cornelis van Hese, van de Vijver, hierbedoeld, op straat in de St. Adriaanstraat achterna liep, waardoor van de Vijver het op een loopen zette, dezen viel, van Hese viel bovenop hem, van de Vijver bij de keel greep en een vuist omhoog bracht om hem te slaan.

Ik, Harmsen met Joose voornoemd, vatte van Hese bij de kleeren en brachten wij hem naar het politie bureau”.

Van welk verhoor door mij ambtseedig proces-verbaal is opgemaakt en geteekend.

 

Marcus Slimmens

 

Bij het verhoor van deze getuigen werd aan het licht gebracht dat het niet Pieter, maar Jacobus Cornelis van Hese was geweest die van de Vijver had aangevallen.

Geteekend: Marcus Slimmens.