Pieter van Hese, Antz. verdacht van huisvredebreuk (1901)

 

Opnieuw huisvredebreuk en bedreiging door

Pieter van Hese, Antz.

 

Proces-verbaal

“Op den tienden Augustus negentienhonderd en een des namiddags omstreeks 12 ½ uur, werd ik Hendrik Windhorst, Hoofdagent van politie en Onbezoldigd Rijksveldwachter te Goes, door Adriaan Clement

wonende te Goes, uit naam zijner zuster Pieternella Anna Elizabeth Clement, herbergierster, wonende Grote Kade alhier, verzocht een persoon genaamd Pieter van Hese, die zich in kennelijke staat van dronkenschap in haar tapperij bevond, daarin ruzie maakte en niet op last of verzoek van zijne zuster die daar rechthebbende is, wilde vertrekken, uit de tapperij te verwijderen.

Ik begaf mij dadelijk naar de bedoelde tapperij, die tevens woonkamer is, en zag daarbinnen komende, dat Pieter van Hese, geboren te Goes, 18 mei 1864, werkman te Goes, zich nog daarin bevond en uit zijn handelingen, schelden, razen en tieren bleek mij duidelijk dat hij zich bevond in kennelijke staat van dronkendschap en werd door de herbergierster Pieternella Anna Elizabeth Clement, oud 29 jaren, aldaar wonende verzocht Pieter van Hese uit haar tapperij te verwijderen, aangezien deze persoon door haar meerdere malen was gelast te vertrekken, omdat hij met haar broer Adriaan Clement, die zich ook in haar huis bevond ruzie maakte en daar niet mee wilde ophouden en niet op haar vordering wilde weggaan. Toen ik van Hese, nadat hem in mijn bijzijn nogmaals door de genoemde herbergierster was gelast te vertrekken en aan welke lastgeving hij nog niet voldeed, wilde vastgrijpen om hem te verwijderen, sloeg hij met de vuist op een daar staande tafel en zeide: “Ik verdom het”, greep mij bij mijn uniformjas, hief dreigend zijn hand tegen me op en voegde mij toe: “Windhorst, kom niet aan mijn lijf, want dan sla ik je dood”. Daar deze bedreiging volgens mijne mening door hem zou worden ten uitvoer gebracht en omdat ik weet wanneer hij dronken is daartoe in staat te zijn, verwijderde ik mij uit de herberg om een mijner collega’s ter hulp te roepen. Toen die mij relatant eenige oogenblikken daarna vergezeld van den agent van politie, tevens Onbezoldigd Rijksveldwachter Paulus Zandee alhier, in de bedoelde tapperij begaf, zag ik dat van Hese zich daarin niet meer bevond en werd mij gezegd dat hij in dien tussentijd was vertrokken.

Daarna is door de herbergierster en de bij haar inwonende zuster Catharina Adriana Clement, oud 27 jaren, medegedeeld, dat eenigen tijd voordat om mij was gestuurd de verdachte Pieter van Hese dronken in de herberg was gekomen, geweldig opgewonden was en even daarna tegen haar broeder Adriaan Clement zonder dat hij daar eenige aanleiding daartoe gaf, was gaan ruzie zoeken over de te verrichten werkzaamheden. Dat zij beiden ook hadden gehoord dat van Hese de voornoemde bedreiging tegen mij had geuit en gezien dat hij mijn uniformjas vastgreep en zich op die manier tegen zijn verwijdering dooor mij verzette, en zij beiden, toen zij mij te hulp wilden komen door van Hese opzij werden geduwd, hetwelk ook door mij relatant is waargenomen.

Deze verklaring werd ook bevestigd door Adriaan Clement, oud 40 jaren, Commissionair te Goes en tevens bij voegde dat hij toen meermalen van Hese had aangemaand zich kalm en rustig te gedragen, waarop deze zich nog woester aanstelde en hem allerlei verwijdingen deed”.

Waarop ambtseed dit proces-verbaal is opgemaakt en getekend op 13 Augustus 1901door Hendrik Windhorst

 

“Op last van den Heer Commisaris van politie te Goes heb ik Marcus Slimmens, Hoofdagent van politie en Onbezoldigd Rijksveldwachter aldaar, op de veertienden Augustus 1900 en een, gehoord Pieternella Anna Elizabeth Clement, oud 29 jaar, herbergierster te Goes, die verklaart dat zij voor de komst van den Hoofdagent van politie Hendrik Windhorst, den hier bedoelde verdachte Pieter van Hese herhaalde malen heeft verzocht hare tapperij te verlaten omdat hij ruzie maakte, schold, vloekte en tierde. Mijne zuster Catharina Adriana heeft daar ook bij tegenwoordig geweest.

Catharina Adriana, oud 27 jaar, zonder beroep, wonende ten huize harer zuster meer genoemd, verklaart duidelijk te hebben gehoord en er bij tegenwoordig te zijn geweest, dat haar zuster Pieternella Anna Elizabeth Clement, Pieter van Hese voor de komst van den Hoofdagent van politie H. Windhorst, herhaalde malen heeft verzocht de tapperij te verlaten. En ik heb hiervan ambtseedig dit proces-verbaal opgemaakt en geteekend op den veertienden Augustus 1900 en een”.

Was geteekend: M. Slimmens