Dingenis Petrus van Hese, Arnz. is baldadig (1894)

Dingenis Petrus van Hese, Arnz. is baldadig (1894)

 

Dingenis Petrus beboet voor baldadigheid

 

Heden den acht en twintigste October 1800 vier en negentig, heb ik Mattheus van Waarde, Hoofdagent van politie, tevens onbezoldigd rijksveldwachter te Goes, een klacht ontvangen van Krijn den Boer, oud 25 jaren, timmerman en wonende in den Korte Vorststraat te Goes, dat hij des namiddags omstreeks 3 ¼ uur voor zijn raam in zijn kamer zat te schrijven, waarop hij hoorde, een baldadig leven, zoo dat kort daarop een glasruit in zijn raam zijner woning het welk uit komt aan de openbare straat werd ingeslagen of gegooid, zag toen Dingenis Petrus van Hese, oud 24 jaar, arbeider, wonende aan de Oostsingel alhier, die met een lat in de hand stond voor zijne woning, waarop den Boer naar buiten ging en tegen van Hese voornoemd zeide: “Die moet u betalen”, antwoordde hij:”Hij is voor mijn rekening”.

Gehoord Digna Johanna de Jonge, oud 19 jaren, arbeidster en wonende aan het zogenaamde Bekhof en Anna Jacoba Polfliet, oud 17 jaren, wonende in de Bocht van Guinea beiden te Goes, die ieder voor zich zelve verklaarde dat zij zich bevonden omstreeks drie en een vierde uur op boven genoemde datum en straat, dat zij toen zagen dat van Hese voornoemd een lat in die straat opnam en toen verder die straat doorging op een baldadige wijze, tot voor de woning van den Boer voornoemd, slaande toen met die lat tegen de muur van een gebouw zoo dat een stuk van die lat in de woning van den Boer voornoemd een ruit verbrijzelde.

Gehoord van Hese voornoemd die aan mij verklaarde dat het de waarheid is, zzo als boven in het proces-verbaal is omschreven.

Op ambtseed opgemaakt en getekend.

Was get. M. van Waarde