Jacobus Cornelis van Hese, Antz. verdacht van wederspannigheid(1899)

Jacobus Cornelis, Antz. verdacht van wederspannigheid. 

Het preces-verbaal luidt: 

“Heden den negentienden Maart 1800 negen en negentig omstreek 7 ¾ uur in den avond, bevond ik mij Paulus Zandee, agent van Politie en Onbezoldigd Rijksveldwachter te Goes, dienstdoende aan het spoorweg station aldaar, toen den trein van 7 uur 33 min vandaar was vertrokken, verzocht den stationchef mij een dronken persoon die op hey perron lag van daar te verwijderen. Ik beambte herkende die persoon als te zijn genaamd Jacobus Cornelis van Hese, geboren den 15 mei 1867, werkman, wonende in de Bocht van Guinea te Goes. Zijn dronkenschap bleek mij duidelijk aan de sterkedranklucht en daar hij niet in staat was om zonder hulp op te staan, heb ik met behulp van den stationsarbeider, Mattheus Gerardus Heinsdijk, oud 33 jaren, wonende te Goes, hem van het perron verwijderd waartegen hij zich hevig verzette door te rukken en te trappen, waardoor hij ook Heijnsdijk tegen het linkerbeen een blauwe plek op het scheenbeen schopte.

Wij hebben hem vervolgens naar zijne woning geleid en daar aangekomen begon hij twist te zoeken tegen zijne vrouw, die op den weg daarvoor stond. Wij vermaanden hem tot kalmte aan, waaraan hij een ogenblik voldeed. Zijne vrouw Jannetje Busscher vroeg of wij hem in zijne huiskamer wilde brengen, waaraan wij voldeden en als toen greep hij plotseling een stoel en zwaaide daarmede in het wilde door de kamer en raakt daarmede de brandende petroleumlamp die aan den zolder hing zoodanig dat de ballon daarvan brak en dreigde hij mij beambte en Heijnsdijk welke voor de deur van zijne huiskamer in de gang in gebruik bij meerdere aldaar woonachtigen stonden te slaan, door tot ons te zeggen:”Kom nu Godverdomme eens op als jullie venters zijn”. Daar de veiligheid die daar in huis werd bedreigd, grepen wij Zandee en Heijnsdijk en bovendien op verzoek van zijne vrouw, hem vast en brachten hem buiten de woning, ten einde hem naar het politie bureau over te brengen, waartegen hij zich ook verzette door te rukken en zich op de grond te laten vallen en verzocht hij ons eindelijk naar zijne woning te mogen gaan en zich dan stil te houden. Wij gaven aan zijn verzoek gevolg en werd de orde door hem niet meer in zijne woning verstoord.

Ik heb hiervan op den afgelegden ambsteed dit proces-verbaal opgemaakt en geteekend op den twintigsten Maart 1800 negen en negentig

Was geteekend: P. Zandee
****************************

 

Op de avond van de derde december 1901, omstreeks kwart voor acht, werd hij nogmaals opgebracht voor openbare dronkenschap door de agenten den Hollander en Dootjes.
Ze troffen hem aan in kennelijke staat op het Stationsplein te Goes.
De agenten hebben hem “voor zijn eigen veiligheid” overgebracht naar het arrestantenlokaal en opgesloten, waaruit hij na ontnuchtering is ontslagen. 

Verder is hij op 25 mei 1903 veroordeeld voor “schelpvisch rapen aan de zeedijk” en kreeg hiervoor 2 dagen hechtenis of 2 gulden boete
en op 24 augustus werd hij wederom gevonnist wegens openbare dronkenschap voor 10 gulden of 3 dagen hechtenis. 

Op 20 november 1905, wordt Jacobus Cornelis van Hese opgebracht wegens openbare drankenschap, s’avonds omstreeks half acht door Hoofdagent van politie Marcus Slimmens. Dit gebeurde op de Stationsweg. Zijn dronkenschap was kenbaar door zijn waggelende gang, opgewondenheid en brutaliteit. Dat hij dronken was werd bewezen doordat hij door zijn vrouw en andere personen naar zijn woning werd geleid.
Waarschijnlijk was hij die avond met zijn neef Dingenis Petrus van Hese, geboren op 24 augustus 1870 te Veere, op stap geweest want die werd die zelfde avond voor het zelfde delict opgepakt door agent Pieter den Hollander. 

Gezien onze Jacobus Cornelis zo dikwijls is veroordeeld wegens openbare dronkenschap en gezien zijn geldelijke omstandigheden behoeftig was is het zeer waarschijnlijk dat hij meer dagen in hechtenis heeft doorgebracht dan dat hij guldens heeft betaald.