Marinus Pieter van Hese, Antz (1900)

Processen-verbaal Marinus Pieter van Hese, Antz.

 

Dat de gebroeders Cornelis, Jacobus Cornelis, Pieter en Marinus Pieter graag een alcoholische versnapering tot zich namen, mag duidelijk zijn, want ook Marinus Pieter, geboren 13 januari 1862 was daar zeker niet vies van.

 

Op 3 januari 1900 is hij opgebracht voor openbare dronkenschap

 

In 1901 om precies te zijn 9 juli omstreeks 4 uur in de middag is hij opgebracht voor openbare dronkenschap door agent Pieter den Hollander. Die zag Marinus Pieter op de Groote Kade in kennelijke staat, welke hij concludeerde door de dronkemanspraatjes en een waggelende gang.

Hij werd verbaliseert en bij herhaling aangespoord huiswaarts te keren, waaraan hij uiteindelijk aan voldeed.

 

28 februari 1902 een politieovertreding art 461 W.v.S

 

Op 1 januari 1903 werd hij samen met zijn broers Pieter, Cornelis en Pieters vrouw Maria Theresia Brouwer wegens wederspannigheid verbaliseert. (zie Cornelis)

 

Op 13 juli 1903 Openbare dronkenschap en kreeg 3 gulden boete of 2 dagen hechtenis.

 

Proces-verbaal voor het berijden van een hondenkar door Marinus Pieter van Hese

 

“In den morgen van den derden October, omstreeks 7 en drie vierde uur, van het jaar 1900 en vier, heb ik, Pieter den Hollander, agent van politie en Onbezoldigd Rijksveldwachter te Goes, terwijl ik mij op surveillance bevond, gezien dat Marinus Pieter van Hese, geboren 13 januari 1862, van beroep hovenier en wonende daar op de ’s Heer Hendrikskinderendijk, een openbare weg in genoemde gemeente met een hond bespannen hondenwagen heeft gereden, op welken wagen hij als geleider gezeten was. Toen ik bij de verdachte kwam en tegen hem zeide dat hij niet op zijn kar mocht zitten, reed hij maar gewoon door en bleef op zijn kar zitten.

Verdachte heeft bij mijn weten geen bij of valsche naam.

Op ambtseed dit proces-verbaal opgemaakt en geteekend op zeven October 1900 en vier”.

Was geteekend: P. den Hollander

 

 

Uit een proces-verbaal blijkt dat Marinus Pieter, of verplicht of vrijwillig bij de brandbestrijding was.

De brandmeester van spuit 4, J. D. Ramondt is op 28 februari 1905 een proces-verbaal opgemaakt, omdat Marinus Pieter mankeerde op de brandspuit oefening tussen 7 en 8 uur. Hij was echter niet de enige die verstek heeft laten gaan, want met hem werden er nog 8 anderen verbaliseerd voor het niet verschijnen.

Marinus Pieter gaf als reden van zijn absent op dat hij die tijd buiten de gemeente vertoefde.

Hij werd aangezegd door Ramondt dit schriftelijk te moeten bewijzen. Hij moest vanuit de gemeente waar hij wel vertoefde een schriftelijk bewijs met getuigenverklaringen kunnen overleggen.

Of hij dit heeft gedaan is niet duidelijk te achterhalen.