Maria Theresia Brouwer e.v. Pieter vs van Strien_1 (1894)

Maria Theresia Brouwer

Dat de vrouwen waarmee ene van Hese mee was getrouwd ook niet altijd even makkelijk waren, bewijzen de processen-verbaal van Maria Theresia Brouwer, echtgenote van Pieter van Hese Anth zn Zij was zeker in de vorige eeuw niet de Maria Theresia. Het begon al op 23 januari in het jaar 1894.
Op die datum komt Cornelia Adriana van Strien, oud 17 jaar, zonder beroep, woonachtig te Goes, dij de commissaris van politie A.R Holsheimer, alhier, aangifte doen waar zij vervolging van verlangde.

“In den avond van de twintigsten Januari, tussen 9 en 10 uur, kwam ik met Izaak Krikaard over den Molendijk alhier en ontmoetten wij aldaar, Maria Theresia Brouwer, huisvrouw van Pieter van Heze, die tot mij zeide:” Zo vuilik, heb je je hemd wel aan je donder”. Ik vroeg haar of zij mij daar mee bedoelde, waarop zij antwoordde: “Ja”.
Den volgende dag tussen 2 en 3 uur, kwam ik vergezeld van Pieternella Weezepoel, haar in het plantsoen alhier tegen en zeide zij tegen mij:”Je kunt wel mooie mantels dragen, als je ze niet betaald”.

Als getuigen geef ik op Izaak Krikaard, Pieternella Weezepoel en Geertruida Versé.
Na voorlezing en goedkeuring geteekend: C.A. van Strien. 

1e Pieternella Weezepoel, 17 jaar, zonder beroep, woonachtig te Goes. Desgevraagd verklaarde zij als volgt:” In den namiddag van den een en twintigsten Januari tussen 2 en 3 uur, wandelde ik met Cornelia Adriana van Strien in het plantsoen alhier en ontmoetten aldaar de vrouw van Pieter van Heze, die tot C.A. van Strien zeide:” Je kunt wel mooie mantels dragen, als je ze niet betaald”. Wat er den vorigen avond is voorgevallen weet ik niet, wel weet ik dat de vrouw van van Heze haar met geen vrede kan laten.
Na voorlezing en goedkeuring geteekend: P. Weezepoel. 

2e Geertruida Versé, oud 26 jaren, zonder beroep, woonachtig te Goes.
Desgevraagd verklaarde zij als volgt:” In den avond van den 21e Januari, was ik op de markt alhier in gezelschap van C.A. van Strien en zeide vrouw van Heze tot C. A. van Strien: “Je kunt wel mooie mantels dragen, als je ze niet betaald”. Van de andere beledigingen, weet ik niets, daar ben ik niet bij geweest”.
Na voorlezing en goedkeuring geteekend: G. Versé 

3e Izaak Kriekaard, 21 jaren, werkman, woonachtig te Goes.
Desgevraagd verklaarde hij als volgt:” In den avond van den twintigsten Januari tussen 9 en 10 uur was ik in gezelschap van Cornelia Adriana van Strien op den Molendijk alhier en ontmoeten aldaar de vrouw van Pieter van Heze, die tot dat meisje zeide:” Zoo vuilik, heb je je hemd wel aan je donder”. Meer weet ik niet.
Na voorlezing en goedkeuring geteekend: I. Kriekaard 

Waarvan op ambtseed dit proces-verbaal te Goes, den drie en twintigsten Januari 1800 vier en negentig. 

De commissaris van politie. Was get. A.R. Holsheimer