Maria Theresia Brouwer e.v. Pieter vs van Strien_2 (1894)

Maria Theresia Brouwer heeft het weer aan de stok met Adriana Cornelia van Strien

 De commissaris van politie Holsheimer, schrijft aangaande onderstaand proces-verbaal aan de officier van justitie het volgende:
“Ik heb de eer u te doen komen een proces-verbaal opgemaakt op verzoek van Maria Theresia Brouwer, huisvrouw van Pieter van Heze tegen
Adriana Cornelia van Strien.
Comparant staat als eene lastige vrouw bekend, wordt genoemd in mijne missives No 109 en 259 van 18 september 1893 en 39 van 23e Januari 1894 en woont naast de familie van Strien die goed bekend staat”.

De commissaris van politie A.R. Holsheimer. 

Agent Machiel Johannes Cornelis Moens schreef het volgende proces-verbaal:

“In den avond van den negentienden Maart 1800 vier en negentig des avonds omstreeks negen ure zag ik, terwijl ik mij op de Turfkade aldaar bevond, twee vrouwen staan, een gesprek met elkaar voerende, waarvan een mij bekend was, genaamd Maria Brouwer, huisvrouw van P. van Heze, wonende aan den Westhavendijk te Goes. Terwijl ik mijn weg vervolgde hoorde ik op een kleine afstand van voornoemde vrouwen, Maria Brouwer, hier boven genoemd, een meisje dat haar juist gepasseerd was, achterna en met luiden stem roepen:” Vuilak, je heb geen hemd aan je donder, ruim de stront maar op want het stinkt bij jullie achter. Iedereen streekt er van vuilpoesen”.
Nader bleek mij dat het bedoelde meisje Adriana van Strien was, wonende ten huize harer ouders aan de Nieuwstraat te Goes”.

Op ambtseed opgemaakt en geteekend: M.J.C. Moens 

“Den twintigsten Maart , 1800 vier en negentig, compareerde voor mij ondergeteekende Commissaris van politie te Goes, Maria Theresia Brouwer, oud 28 jaar, huisvrouw van den arbeider Pieter van Heze alhier, die het navolgende aangifte deed, waar zij vervolging van verlangt.
“Gisterenavond tussen 8 en 9 uur stond ik met mijn buurvrouw, vrouw Schrijver , op den openbaren weg, Groote Kade, te praten en kwam Adriana van Strien ons voorbij. Zij draaide zich om en zeide tot mij: “Ga maar om een zooitje rapen bij den ouden Johannes Dirksen, dien ouden vuilen vent en ga maar een beetje in het kotje zitten”.
Ik heb daarop niets anders geantwoord als: “Ga maar door, gekroonde os”.
Na voorlezing en goedkeuring geteekend.: M. T. van Heze 

Adriana van Strien, 20 jaar, zonder beroep, woonachtig te Goes, verklaarde na voorlezing van vorenstaand proces-verbaal van aangifte als volgt: “ Toen ik gisteravond 19 Maart de Groote Kade op ging, stond de vrouw van Pieter van Heze daar met vrouw Schrijver en riep vrouw van Heze:”Daar komt ze aan, overdag is het een heele juffrouw op straat, die vuiladder. Ze heeft geen hemd aan der donder”.
Ik draaide mij om en zeide:” Ga maar om een zooitje rapen naar dien ouden man”. Meer heb ik niet gezegd en riep zij mij toen nog achterna:” Vuilak, vuilpoes, ruim je stront op, je hebt geen hemd aan jou’n donder”.
Ik verlang hiervan vervolging en ik geef Moens als getuige op”.
Na voorlezing en goedkeuring geteekend: A.C. van Strien. 

Sophia Plomper, oud 60 jaar, huisvrouw van den metselaar Cornelis Schrijver, woonachtig te Goes als getuige door comparante opgegeven, verklaarde desgevraagd als volgt:
“Gisteravond, 19 Maart stond ik met de vrouw van Pieter van Heze op de Groote Kade te praten en passeerde ons de dochter van van Strien, die zich omdraaide en iets tegen de vrouw van van Heze zeide. Wat ze zeide heb ik niet verstaan. Vrouw van Heze schold haar toen uit voor; “vuilak, je hebt geen hemd aan jou’n donder, ruim de stront maar op want het stinkt bij je”.
Meer hoorde ik niet van haar. Wel hoorde ik dat de dochter van van Strien tot haar een paar maal zeide: “ Laat den ouden vent maar komen”. Meer heb ik niet gehoord.
Na voorlezing en goedkeuring verklaarde zij niet te kunnen schrijven, hebbende zulks niet geleerd.

Waarvan op ambtseed dit proces-verbaal te Goes, den 20e Maart 1800 vier en negentig

Was geteekend: De Commissaris van politie A.R. Holsheimer