Maria Theresia Brouwer e.v. Pieter vs van Strien (1898)

In Juli 1898 kreeg de commissaris van politie te Goes een schrijven van Adriana Cornelia van Strien. 

Goes, 25 Juli 1898

Aan den Heer Commissaris van politie te Goes. 

Mijnheer,

De ondergetekende Adriana Cornelia van Strien, geef bij deze U kennis dat ik bij herhaling wordt beledigd door de familie Brouwer.
Op den 17e Juli 1898 ontmoete ik vergezeld van Pieternella Weezepoel op den Westwal ’s avonds omstreeks negen uur.
M. Brouwer, huisvrouw van P. van Hese, die stond te praten met M. Rijkse en R. Rijkse, huisvrouw van de Koning. Toen zij, M. Brouwer,
mij toevoegde:” Daar heb je die vet juffrouw, doe maar een hemd aan je donder en betaal je schuld maar bij den bakker van dat brood, gulden juffrouw”.

Beleefd verzoek ik U het bovenstaande te willen doen onderzoeken, aangezien ik nu bijna 4 jaar door de familie Brouwer word beledigd en verzoek hiervan vervolging. 

A.C. van Strien

Nieuwstraat

 Het proces-verbaal luid: 

Op den zes en twintigsten Juli 1800 acht en negentig heb ik Willem Eliza van Kogelenberg, agent van politie en onbezoldigd rijksveldwachter te Goes, op last van den Heer Commissaris van politie aldaar en naar aanleiding van de hierbij gevoegde klacht de na te noemen personen gehoord:

1e Adriana Cornelia van Strien, oud 24 jaren, zonder beroep, wonende in de Nieuwstraat te Goes, verklaarde hetzelfde als in de klacht is vermeld en dat zij daarvoor niet de minste aanleiding heeft gegeven.

 2e Wilhelmina Rijkse, oud 25 jaren, werkster, wonende in de Nieuwstraat te Goes, verklaarde dat zij met M. Brouwer en anderen op den 17e Juli jl. omstreeks negen uren des avonds stond te praten op de Westwal te Goes.

Dat A.C, van Strien daar passeerde en dat zij heeft gehoord dat M. Brouwer tegen de laatstgenoemde riep:
”Doe maar een schoon hemd aan je donder, betaal je schuld bij den bakker, en daar heb je dien gulden juffrouw”, zonder dat daar eenige aanleiding voor was gegeven. A.C. van Strien zeide alleen:” Dat zal ik je goed laten maken”. 

3e Rika Rijkse, oud 32 jaren, huyisvrouw van Pieter de Koning, wonende in de Ossenhoofdstraat te Goes, verklaarde gelijk als haar zuster Wilhelmina. 

4e Pieternella Weezepoel, oud 22 jaren, wonende aan de Westsingel, Struikelblok, te Goes, verklaarde dat zij op tijd en plaats hier boven genoemd heeft gehoord dat M. Brouwer tegen A.C. van Strien riep:”Betaal je schuld maar bij den bakker”.
Meer heeft zij niet gehoord, want zij was doorgeloopen. Van Strien had geen aanleiding tot schelden gegeven. 

5e Maria Theresia Brouwer, geboren 13 October 1865 te Goes, huisvrouw van Pieter van Hese, wonende aan de Westhavendijk aldaar, verklaarde dat zij genoemde tijd en plaats, A.C. van Strien de bovengemelde woorden heeft toegeroepen, maar volstrekt geen naam heeft genoemd en daarom dacht te mogen zeggen wat zij wilde.

De beklaagde heeft bij mijn weten geen bij- of valschen naam.
Van welk bovenstaande door mij dit proces-verbaal op ambtseed is opgemaakt en geteekend op 27 Juli 1898.

Was geteekend: W.E. van Kogelenberg.